Welke prijzen heeft Kaashandel de Brink allemaal gewonnen?
GoudenKaasmes 2004, 2006, 2008 2010 en Guilde des Maîtres Fromagers aux Pays-Bas & Boerenkaasspecialist
GOUDEN KAASMES 2010
12 november 2009
Weer kassa voor kaashandel De Brink
door Bas Klaassen (de stentor) DEVENTER -
Gekroond worden tot beste kaasspeciaalzaak van Nederland – het zou bíjna gaan wennen voor Wim Maassen van den Brink en zijn zwager Wim Willems.
Voor de vierde keer won hun kaashandel De Brink de brancheprijs het ‘Gouden Kaasmes’. Daarmee prolongeren ze de titel van vorig jaar. Wennen doet het echter nooit, zegt Maassen van den<EN>Brink. „Ik zat toch echt vol zenuwen in de zaal.” Achteraf was dat niet nodig geweest. De jury oordeelde namelijk dat de winkel ‘vrij traditioneel is, maar op elk onderdeel wel de absolute top, een voorbeeld voor de branche.’ De winkel werd bovendien tweede in de strijd om de titel Nederlands Beste Buitenlandse Kaasspecialist.
Een blik in de volle schappen leert dat de kaashandelaar nogal wat exotische kazen heeft liggen, al komt het grootste deel van de buitenlandse specialiteiten nog steeds uit de traditionele kaaslanden Frankrijk en Italië. Een smakelijke, maar toch wat vreemde eend in de bijt is bijvoorbeeld de Bowland, een kaas die is bereid met appel, rozijnen en kaneel. Als Willems de wikkel verwijdert, stijgt meteen een appeltaartaroma op in het gezellige zaakje. Dan valt het oog van de verslaggever op iets wat sterk lijkt op een reusachtig ei. „Cacio Occhiato, een Italiaanse kaas met een knipoog.’’ Ook de Friesisch Blue, uit het Duitse Nord-Friesland, is bijzonder. „Daar wordt veel kaas gegeten, maar niet veel kaas gemaakt’’, doceert Maassen van den Brink. Maar wat zijn nou de favoriete kazen van de zuivelspecialisten zelf? Na enig beraad komen ze vrij snel snel tot een top-vijf. Daarin is veel ruimte voor Hollands trots. „Op één staat onze Noord-Hollandse extra belegen kaas Oorspronck.’’ ‘Smeuïg’ en ‘romig’ zijn kwalificaties die ze aan deze kaas verbinden. Op twee staat de traditionele oude Poldermeester en op drie de Comté uit de Jura. „Die is vooral erg lekker met een confiture; dat is in Frankrijk al erg in trek.’’ Op vier de Rotterdam Old Limited. „Gewoon een heel oude, goede kaas.’’ Vijfde is schapenkaas Bleu de Basque. „Mooi blauw, maar niet te heftig. Hoewel…, als je hem opent en een uurtje laat staan, dan wordt-ie snel blauwer. Deze leveren we bijvoorbeeld aan de restaurants Boas en ’t Arsenaal.’’
En wat vinden de twee liefhebbers dan juist níet zo lekker? Eendrachtig wijzen ze naar de Gjetost, een roodbruine Noorse geitenkaas die qua uiterlijk en smaak wel wat weg heeft van karamel. Willems: „Die krijg ik niet echt weg. Hij heeft een zoete toffeesmaak en een plakkerige textuur. Daar moet je van houden.’’





